Archives januari 2020

Schending van de code

Schitterend winterweer afgelopen vrijdag. Volop zon en een frisse wind. Met de camera erop uit. De drieteentjes laten zich goed benaderen, voor deze jonge zilvermeeuwen kwam ik echter te veel in hun intimiteitszone en ze kozen het ruime sop. Te weinig discreet geweest en te opdringerig, code geschonden. Ze zullen het wel overleven, maar toch. Drieteenstrandloper zijn goede lopers en vertrouwen daar op, meeuwen zijn goede zwemmers met zwemvliezen aan hun poten, misschien verklaart dit het verschil in het gedrag: weglopen is voor hen de mindere optie. De prent geeft de frisse sfeer weer en houden we erin, code of niet.


Lastig zoeken in het donker

Af en toe wordt er een gewond dier gemeld tegen de avond.

Ook deze keer een verontrustende melding op de vloedlijn op de Kwade Hoek.

Voor we dan op het strand zijn is het vaak al donker.

En dan bedoel ik donker…, donker!

Geen straat of andere verlichting en geen enkele reflexie om je richting te bepalen.

Op de foto is te zien, wat wij dan zien…..

Best avontuurlijk en soms van grote schoonheid, maar een flinke handicap als je een gewond of ziek dier aan het zoeken bent.

Deze keer bleek het te gaan om een gezond dier, dus konden we opgelucht weer naar huis.


De eider

In ons vorige bericht spraken we nog over een mannetje eidereend. Officieel naam is tegenwoordig echter eider. Een fraaie vogel met een hoofd afwijkend van hetgeen we gewend zijn bij eenden. Eten vnl mosselen en kokkels die ze geheel doorslikken en in de sterk gespierde maag vergruizen. De Wadden zijn hun zuidelijkste broedgebied, in de winter echter ook in onze Delta voor de kust waar te nemen. De oranje snavel bij deze mannetjes duidt op exemplaren van de de arctische ondersoort die hun broedgebied hebben op IJs- en Groenland (Somateria mollissima borealis)


Iets anders dan vogels: de gewone zeester

Een gewone zeester op volle zee is moeilijk te zien: het beestje begeeft zich op de bodem van de zee en is voor ons alleen waar te nemen langs de vloedlijn. Algemeen aan de kust, 10-30 cm in doorsnee en standaard uitgerust met 5 armen. Af en toe kom je er eentje tegen met 6 armen: een verloren arm kan weer aangroeien en soms zelfs in tweevoud, vandaar. Zeesterretjes kunnen 5 tot 10 jaar oud worden. Een passerend mannetje eidereend was zo vriendelijk een sterretje voor ons op te duiken. Volgens de boekjes leeft de eider van kokkels, mosselen en kreeftjes. Wat de boekjes ook mogen zeggen: wij verlagen de levensverwachting van dit sterretje van jaren naar seconden.


Tureluur

Twee tureluurs in winterkleed foerageren ijverig in de ondieptes bij de laagste waterstand. Rijkdom die maar een paar uur per dag beschikbaar is ligt nu voor het oppikken. Wel even doorwerken voor het water weer te hoog wordt . Kenmerk zijn de oranje-rode poten, in het voorjaar meer rood-oranje. Juvenielen hebben een geel-oranje onderstel. Overwinteraars zijn afkomstig uit IJsland (ondersoort robusta) of uit Engeland (ondersoort britannica). Het onderscheid in het veld is moeilijk te zien: zit in de lengte van de poten. Om tureluurs van te worden. En de Nederlandse broedpopulatie? Die is met TUI vertrokken naar Spanje of Noord Afrika.


Vrij!!

Op de foto een prachtige, gezonde zeehond in afwachting van zijn terugkeer naar de vrijheid.

Nu weer in dezelfde auto waar we hem als zielig hoopje ellende in vervoerd hebben naar opvangcentrum Aseal.

Het dier hebben we op 11 november aangetroffen op het strand van de Maasvlakte.

Ernstig benauwd, onder het bloed en niet meer alert.

Na overleg is toen besloten het dier te vangen en mee te nemen.

Vandaag zien we het resultaat.

Hier word je toch heel blij van!