Een jonge Lepelaar, zo te zien aan de rode kleur van de snavel, betrapt in het winterse zonlicht. Het water op de snavel en de het lage strijklicht laten deze extra glad en glimmend lijken.
Jonge exemplaren ( in hun eerste levensjaar) hebben nog niet de zwart/grijze snavel met gele punt van de adulte vogels. Ook de kenmerkende oogteugel is nog niet waar te nemen.
Steeds meer Lepelaars nemen niet de moeite om weg te trekken in het najaar maar blijven overwinteren. Vroeger gold dat voor oudere zwakke exemplaren en laat uitgekomen jongen, maar aan de aantallen te zien lijkt dat beeld gewijzigd.