Stukje bruinvis

Een laagje spek, een blauwgrijze huid en een vin….. op de vloedlijn, maar nog net in het water. Enkele meeuwen op het strand, gulzig wachtend op de daadwerkelijke stranding.

Door de vele kadavers die we inmiddels al hebben geschouwd, was het overblijfsel snel gedetermineerd. Een rugvin van een bruinvis!

Twee gaatjes, enkele krassen en een gescheurd oppervlak van de randen: zeer wel mogelijk aangevreten door een grijze zeehond.

De laatste jaren zijn de strandingen van walvisachtigen op de Nederlandse stranden fors toegenomen. Dit hang o.a. samen met het feit dat er sinds vele jaren van schaarste, weer veel meer bruinvissen voorkomen voor onze kust. Laatste tellingen hebben het over meer dan 80.000 exemplaren.

Niet gek dat er dan ook meer exemplaren dood gaan.

Uit onderzoek van Universiteit Utrecht blijkt dat ongeveer 1/3 van de dood aangespoelde bruinvissen slachtoffer is geworden van aanvallen van de grijze zeehond. Overigens sterft ook 1/3 een verdrinkingsdood in de netten van vissers. de rest sterft door diverse andere oorzaken als ouderdom, ziekte, ondervoeding, vervuiling etc.

Het beschrijven en bergen van deze kleine walvis hoort ook bij onze taak.


Harde jeugd

Op de zeewering van de meest zuidwestelijke punt van het voormalig werkeiland Neeltje Jans in de Oosterschelde liep ik bij toeval deze twee kuikens van de zilvermeeuw tegen het lijf. Pal in de sterke zeewind lagen ze te wachten op voedsel. Ze deden me denken aan de pasgeborenen in het oude Sparta die direct na hun geboorte een nacht op een richel boven de zee werden gelegd bij wijze van natuurlijke selectie, alleen de fysiek sterken overleefden en werden opgenomen in de maatschappij.

Een aantal zilvermeeuwen had de zeewering verkozen als broedplaats boven het beschermde natuurgebiedje 30 meter verderop. Blijkbaar was het daar te druk. In mijn ogen restte nu een minder comfortabele en kwetsbaarder plaats om te nestelen. Een week later trof ik nog maar een enkel jong aan. Mislukte nesten, leeggeroofd of toch nog overgestoken naar het meer beschutte gebiedje verderop? De paar overlevenden van deze Spartaanse jeugd hadden de eerste en misschien zwaarste test in hun leven doorstaan. Nu nog even de resterende 25 jaar afwerken.


3 Op reis te gast..

Afgelopen maandag kwam een cameraploeg van BNN/VARA naar Westvoorne om een verslag te maken over de pop up avonturen van onze stichting. In de middag werd een zeehond vrij gelaten door Aseal, die we in functie als zeehondenwachter, op 25 mei in zeer slechte conditie naar de opvang hadden gebracht.

Jennifer Hoffman presenteert het programma en ze was vooral nieuwsgierig naar een aantal bijzondere strandvondsten die we in onze avonturen aanhanger verzameld hebben.

De vrijlating van de grijze zeehond Rose verliep vlot en was voor zowel de verzorgers van Aseal als voor Jennifer een emotioneel moment. Het dier was bij binnenkomst in de opvang, in kritieke toestand en is door de medewerkers intensief verzorgd Dat schept zeker een verbinding. En voor Jennifer was het de eerste maal in haar leven dat ze een zeehond vrij mocht laten.

De uitzending staat gepland voor oktober dit jaar en we krijgen van te voren bericht. We laten het u zeker even weten.


Zandkasteeltje aangespoeld

Wie heeft het niet gedaan… een zandkasteel bouwen op het strand. Onwijs leuk om te doen, maar ‘t is nog een hele klus!
Het Goudkammetje leeft in een zelfgebouwd ‘zandkasteel’ en als je goed zoekt, vind je er eentje op het strand.

Goudkammetjes zijn borstelwormen, die in het zand voor de kust leven. Het zelfgemaakte zandkasteel is een conisch toelopende koker, waar de zandkorreltjes met de grootste precisie op elkaar zijn geplakt. Geen bouwwerk, maar een kunstwerk! Het kokertje van middelgrote zandkorrels is maximaal 8 centimeter lang en heeft een wanddikte van slechts 1 zandkorrel.

Het is toch bijzonder dat een worm zo’n prachtig ‘zandkasteel’ kan bouwen en zich hiermee beschermt en verstopt tegelijk. Deze 5 centimeter lange worm, dankt zijn naam aan de goudgekleurde graafborstels aan zijn kop, waarmee het dier minuscule diertjes en algen uit het water zeeft. Dit is prachtig te zien op de linkerfoto. Met de kop naar beneden graaft het goudkammetje zich tot 10 cm diep de zeebodem in.

Een betere camouflage dan dit zandkasteel bestaat er niet voor het kwetsbare goudkammetje, die zich zo goed schuil kan houden voor vissen, krabben en wadvogels.

Vooral met oostenwind komen deze zandkokertjes of delen ervan door de onderstroom mee in de aanspoelsels van de laagwaterlijn. Dus: ga eens door de knieën, op zoek naar zo’n héél klein zandkasteeltje. 

Foto 1: © Hans Hillewaert, Foto 2 & 3: © Strand in Zicht


Laat me met rust!!

Afgelopen week lag er een pas geboren gewone zeehond op het strand van Rockanje. De pup was alert en zag er prima uit. In de meeste gevallen is moeder nog wel in de buurt.

Ondanks inspanningen van zowel de zeehondenwachters als de handhaving, om het dier een rustige plek te bezorgen, werd de pup voortdurend door omstanders verstoord en zelfs verplaatst. Deze verstoringen zijn vaak de reden dat het moederdier niet meer terugkomt naar haar pup.

Nogmaals: Het zijn wilde dieren die we met rust zouden moeten laten.

Handhaving Westvoorne, dank voor jullie snelle inzet.


Het tongetje van de kluut

De kluut met zijn mooie snavel. Een gespecialiseerd instrument, geëvolueerd om effectief in ondiep water de bovenlaag van de bodem te zeven en zo insecten, larven en kreeftjes te vangen. Geen enkele andere vogel heeft een dergelijke snavel. Door deze specialisatie is de concurrentie op achterstand gezet en zijn de kansen op voedsel voor de kluut groter. Met het hoofd heen en weer bewegend, snavel over de bodem in ondiep water wordt systematisch de bovenlaag doorzocht en ontdaan van alles wat eetbaar is. De snavel is gevoelig en flexibeler dan je zo op het eerste gezicht denkt. Fraaie vogel van zo’n 45 centimeter van kop tot staart en daar komt dan nog zo’n snavel van ruim 15 centimeter bij. Alles is lang aan dit beest, snavel, lijf en poten. Alleen, wanneer onze fraaie kluut zijn bek open doet moeten we even omschakelen. Dan wordt een klein tongetje zichtbaar dat geen recht doet aan die verhoudingen. De buitenkant had onze verwachtingen opgeschroefd en nu moeten we weer even terugschakelen. Maar anderzijds, een lange tong zou alleen maar in de weg zitten en eruit bungelen. Het blijkt dus toch effectief te zijn. Zo zie je maar, het is niet altijd zo dat ” size matters” . Nu toch nog maar eens een lepelaar in zijn lepel te kijken om te zien hoe lang die tong is.


Versteende slak

Soms ziet de wereld er heel anders uit als je op je buik ligt. Deze keer op het warme zand van het strand op de Maasvlakte. Bijna avond en de schaduwen werden al wat langer. Ik focuste op de “heel dichtbij” en ontdekte een andere wereld. Zandkorrels leken rotsblokjes en de variatie in kleur was enorm.

Plots viel mijn oog op een grotere ronde vorm. Het leek wel of er een spiraal in zat. toen ik het had opgepakt bleek het te gaan om een soort slakkenhuis…. Versteend!

Wanneer een organisme ” in dit geval een slak(kenhuis)” fossiliseert worden alle organische bestanddelen vervangen door mineralen uit het sediment. Maar dat niet alleen, ook de binnenkant loopt vol met sediment en verhard tot een geheel. Die buitenkant is vaak van calciet en kan makkelijk weg eroderen, op die manier blijft vaak alleen de binnenkant over. En deze binnenkant/afdruk noemen we een steenkern.

Ook dit slakkenhuis is in mijn zak verdwenen om straks te kunnen laten zien in onze nieuwe avonturen aanhanger.


Poortwachters

Ze blijven tot mijn favoriete meeuwen behoren: stormmeeuwen. Meermalen heb ik er al over geschreven en ook nu zal het niet de laatste keer zijn. Deze twee fungeerden als poortwachter bij het beschermde broedgebied op de Neeltje Jans. Op grond van hun vriendelijke koppies zou je deze meeuwen niet in zo’n functie verwachten. Een kille meeuw met een onsympathiek hoofd zoals de zilvermeeuw is hier meer toe geëigend. Dat terzijde. Vanzelfsprekend heb ik het gebied niet betreden. Zelfs op het pad er naar toe werd ik al aangevallen door zilvermeeuwen. De stormmeeuw, ik blijf hem promoten. Tot nu zonder succes. In mijn kennissenkring wordt er zonder veel enthousiasme op gereageerd met een technische opmerking van ” o die met die groene poten” en men gaat over tot de orde van de dag. Maar ik geef het niet op, herhaling is tenslotte de kracht van de reclame. Ze zijn zo fraai, het smetteloze wit, het blauwgrijs, de grijsgroene poten, het mooie koppie en het toefje karmozijn rood rond de ogen en in bek…….


Kijk, ik kan het ook op 1 pootje!

Kustvogels zie je bij koud weer vaak op 1 poot staan. Vooral wanneer ze in ruststand zijn. Als verklaring wordt gegeven dat dit onnodig warmte- en dus energieverlies voorkomt. Met name in het najaar en de winter staan deze vogels in het koude water of vol in de gure wind en dan verlies je met 1 pootje in de buitenlucht minder energie dan met twee. Maar vanmorgen vroeg zag ik deze scholekster bij ruim twintig graden in de houding staan die ik hem alleen toedacht onder minder zomerse omstandigheden. Geactiveerd door mijn komst vloog hij op om 10 meter verder op een meerpaal dezelfde houding aan te nemen. Het blijkt een normale ruststand te zijn die niet alleen gepraktiseerd wordt bij lage temperaturen. Het lijkt vermoeiend, alle gewicht op 1 poot en dan nog de juiste balans vinden. Wij mensen doen dit ook alleen minder extreem. In ontspannen toestand staan we op ons “spilbeen” en ondersteunen deze dan nog in lichte mate met ons ontspannen “speelbeen”. Maar we leggen het af bij deze scholekster. Wel geruststellend dat ondanks mijn aanwezigheid hij toch weer in de relax modus schoot.


Zeenaald gestrand..

Een lange wandeling op het strand…., alle zintuigen gericht op een leuke waarneming!

Of het nu een zeldzame vogel is die overvliegt, de rug van een bruinvis op zee of een mooie schelp.., ik sta voor alles open maar een nog levende vis op het droge is niet iets wat je direct verwacht tegen te zullen komen.

Het afgaande water heeft het dier misschien achtergelaten op het nog natte zand…., of heb ik mogelijk een mantelmeeuw gestoord die net met het ochtendmaal wilde beginnen?

Feit is dat het lange dunne schepsel zich tevergeefs inspande om bij het water te komen.

Een grote zeenaald met een lengte van bijna 40 cm met een opvallend snuitje dat lijkt op dat van een zeepaardje. Een lange dunne buis waarmee het dier larven van vissen en kleine kreeftachtigen naar binnen zuigen kan.

Beetje bijzonder uitgerust met een ringvormig harnas en de mannetjes die zelfs een broedzak dragen om hun kroost in te bewaren.

Na een paar vlugge foto’s heb ik de vis in het water teruggezet. Het duurde even maar na enige tijd leek het dier van de emoties te zijn bekomen en zwom snel weg naar dieper water.