Wolfsmelkpijlstaartrups

Er zijn van die waarnemingen in de natuur die niet gaan vervelen. Iedere keer dat je buiten struint hoop je erop. Menigeen zal dit herkennen. Een mooie roofvogel, zeehond of ree: tref je ze op je pad dan sta je stil om ze te volgen. Het hoeft niet altijd groot, zoog- of roofdier te zijn, ook onder het kleine is heel veel dat blijft boeien.

Tot dergelijke waarnemingen behoort zeker het spotten van de Wolfsmelkpijlstaartrups. Zeldzaam en wonderschoon, vorig jaar zomer besteedden we er al aandacht aan. Het is er nu weer de tijd voor. We kunnen het danook niet laten onze lezers erop te attenderen. In de duinen van de Kwade Hoek kan je ze zeker aantreffen. Zaterdagmorgen was het raak met deze twee jonge exemplaren. De onderste foto van vorig jaar laat een groot exemplaar zien met een volwassen kleurschakering. Eenmaal volgroeid graven de rupsen zich in en verpoppen onder het zand om volgend jaar als vlinder te voorschijn te komen. Die dan weer zijn eitjes legt op de waardplant Zeewolfsmelk. Maar de naam deed dit al vermoeden.


Een strandrover in de jachthaven.

Op uitnodiging van de leiding van de jachthaven te Bruinisse, hebben we in samenwerking met “de Natuurklas” een workshop verzorgd.

Deze keer ging het over “wieren, pieren en schelpdieren”.

Na een inleiding mochten de kinderen mee rijden in de avonturen-strandrover naar het strand. Hier werden wieren en pieren “gevangen” en leerden men onder meer hoe schelpdieren aan hun voedsel komen.

Ook de komende weken staan we weer op het terrein van deze prachtige jachthaven. Zaterdags van 11 tot 13 uur.


Duinstekel

Of anders gezegd Blauwe zeedistel. Een plaatselijk algemene plant aan onze kust die toch nog niet zo makkelijk te vinden is. In Zeeland zelfs zeldzaam vanwaar we met de Zeeuwse benaming ” Duinstekel” openen. Maar hier op Voorne en Goeree kan je hem aantreffen. Vaak direct achter het eerste primaire duin, beschut tegen overstroming door het zeewater, op het kale zand en in de volle zilte wind. Met de kleuren van de kust: uitgebeten-grijsgroene blad met daarop een zacht-lavendelblauwe bloem. Juli / augustus is de bloeitijd. Kom je hem tegen, kijk goed en je dag kan niet meer stuk.


Kleine bruine vogeltjes

De bakermat van onze stichting ligt in de fraaiste baai van onze Delta. In het noorden begrensd door de ruige Maasvlakte met zijn verrassende natuur, in het zuiden de kust van Goeree met de mooie en dynamische Kwade Hoek. Centraal het rijke duingebied van Voorne. In het westen de platen en banken en natuurlijk strand, heel veel strand. Maar ook verrassende gorzen en slikken. Het onderscheid: slikken lopen tweemaal daags onder, gorzen slechts bij springtij (in Zeeland spreken we van schorren, in het Waddengebied van kwelders). Flora en fauna zijn hier dan ook anders dan wat je verwacht wanneer je je badlakentje inpakt en naar de kust vertrekt. Voordat we de nazomer ingaan en alweer de eerste broedvogels naar zuidelijker oorden vertrekken willen we de schijnwerper richten op drie algemene zangvogeltjes die je op de gorzen kunt aantreffen en die toch niet bij iedereen zo bekend zijn. Vandaag de Rietzanger.

Aanwezig in ons land van april tot september waarna de tocht naar het westen van Afrika ter hoogte van de Sahel wordt aangevangen. Komt in ons landje vrijwel overal voor, maar vooral in (meestal) natte rietlandschappen Het aantal broedparen in 2015 in Nederland was ca 30.000. 

Hoewel de vogel gerekend kan worden tot de familie van de “ kleine bruine vogeltjes” is herkennen toch niet zo moeilijk. Dit komt door zijn duidelijke, beige/witte , wenkbrauwstreep en zijn gedrag. Zit vaak te zingen hoog in een rietstengel en is niet schuw. Met zijn opvallende gezang dat doet denken aan dat van de  Kleine karekiet maar dan gevarieerder en zijn duidelijke aanwezigheid boven in het rietlandschap is herkenning niet moeilijk. Zowel mannetje als vrouwtje zorgen voor de jongen, waarbij het mannetje er wel gelijktijdig meerdere territoria en nestjes op na kan houden, een druk baasje dus. Veel te horen in mei en juni, maar nu houdt hij zich koest. Herstellen van de zware periode van veelwijverij en meerdere gezinnen (waar begin je aan). Nu krachten opdoen voor de grote reis.


Otterschelp

Gisterenmorgen vroeg op het strand van de Maasvlakte, mooi aangelicht door de opkomende zon, een otterschelp. Een dunne en daardoor kwetsbare schelp van ruim 10 centimeter die je meestal beschadigd aantreft. Misschien doordat ze licht zijn staan ze nogal eens rechtop in het zand. Bij vlagen kan je ze veel aantreffen op het strand, hangt samen met de windrichting en onderstroming die bodemlagen bloot legt. Deze schelp komt pas sinds het begin van deze eeuw meer voor aan onze kust. Graaft zicht op de zeebodem diep in en vangt zijn voedsel (plankton) middels een slurf die uit de kleppen steekt en boven de bodem reikt. Het grote neefje van de Otterschelp, de Geoduck is een variant die tot 7 kilo zwaar kan worden en zich 1 meter diep in kan graven.  Komt voor in Amerika en China waar veel geld betaald wordt voor de slurf. In de volksmond wordt de Otterschelp ook wel piemelschelp genoemd. Het schijnt een lekkernij te zijn.


Nieuwe avonturen-aanhanger opgeleverd

Met hulp van de Landschapstafel en Jan en Mary van Deelen is onze nieuwe aanhanger nu opgeleverd en technisch bijna klaar.

Weer een nieuw fase in de ontwikkeling van onze stichting. Dit verdiende zeker een toast.

Nu kunnen we verder met het ontwerpen en maken van de inhoud en het verfraaien van het uiterlijk van de aanhanger.

Genoeg bergruimte en expositie mogelijkheden. Zelfs een kijkgat om het allemaal nog wat spannender te maken.

Binnenkort hopen we u tegen te komen op een van de stranden of tijdens een van onze presentaties.


De vleugel

Van vitale onderdelen heeft de mens er meestal twee. Oren, ogen, handen, armen, benen. Het komt nogal eens voor dat er eentje het begeeft, door slijtage of een ongeval. Met enige aanpassing kan er daarna nog redelijk gefunctioneerd worden. Maar kan een vogel een vleugel missen? Behalve bij loopvogels is dit ondenkbaar. Het vermogen tot wendbaar vliegen is een absolute voorwaarde om te kunnen jagen en zo voldoende voedsel te krijgen. De combinatie van een goed functionerende linker- en rechtervleugel is essentieel. Een defect aan de een kan niet worden gecompenseerd. Twee precisie instrumenten waaraan de vleugels van een modern vliegtuig niet kunnen tippen. Een niet functionerende vleugel leidt tot een versnelde dood, door honger of door verwording tot makkelijke prooi.

Complex instrument met veel onderdelen: kleine dekveren, middelste dekveren, grote dekveren, duimvleugel, buitenste handpen, handdekveren, handpennen, armpennen en elleboogpennen. Voor de geïnteresseerden: ieder goed vogelboek besteedt hier in zijn inleiding uitgebreid aandacht aan. Maar bij de aanblik van onderstaande Grote stern is het al direct duidelijk dat het om meer gaat dan een paar veren.


Dit is nu koloniebroeden

Sterns zijn koloniebroeders . In Nederland broeden ca 15.000 paren verspreid over zo’n 10 locaties. In de Delta, waar zich een derde van de aantallen bevinden, gaat het om het Haringvliet, Grevelingen en de Ooster- en Westerschelde. Het grootste deel verblijft op de Waddendeilanden ( info Sovon). Bovenstaande opname is gemaakt aan de oostkant van Texel, natuurgebied Wagejot, waar een paar duizend paren hun nest hebben.

Deze kolonie ligt vlak langs de weg. De vogels wanen zich veilig op het eilandje waar de kolonie zich bevindt. Ze laten zich makkelijk benaderen en fotograferen. Dicht op elkaar, alsof het een populair strand bij 30 graden is. De opname laat een stukje zien van 10 vierkante meter met 50 nesten. Vaak gemengd met een kolonie kok- of zwartkopmeeuwen als extra bescherming tegen roofdieren zoals vossen of roofvogels.

Zaten begin juni de jongen nog op het nest in hun donsvacht, begin juli waren ze al in staat om met de ouderen mee te vliegen en ver van de broedplaats naar voedsel te zoeken, nu in hun bruine juveniele kleed. In september moeten ze klaar zijn voor hun toch naar de westkust van Afrika om daar te overwinteren.


Weer op het strand!

Afgelopen dinsdag zijn we sinds lange tijd weer met de avonturen strandrover naar het échte strand gereden.

Wisselend bewolkt, 21 graden en de zomervakantie is inmiddels begonnen. De P plaats bij de eerste Slag was bijna vol en op het strand was het redelijk druk met badgasten.

Het was weer even wennen aan het feit dat ook onze ooster- en zuiderburen geïnteresseerd waren. Wat was het woord bruinvis ook weer in het Frans.. en hoe zeg je kwal in het Duits? Na enige tijd kwam onze kennis weer boven en verliepen de gesprekken verder zonder spraakverwarring.

We werden deze middag geholpen door 2 gasten die ook werkzaam zijn bij Aseal en dit is zeker voor herhaling vatbaar.

Na een geslaagde première kwamen we helaas met pech langs de weg te staan maar de ANWB was gelukkig snel ter plaatse om ons weer op weg te helpen.

Dank voor jullie inzet: Charlene, Jimmy en de wegenwacht!


De strijd om de beste plek.

Ja, die mooiste paal. De rechter paal stond het verst in zee en was de “place to be”. Althans zo leek het in het uurtje dat ik de sterns zat te volgen. Was het omdat deze het dichtst bij potentieel voedsel zat? Er werd echter niet in de directe omgeving van de paal gejaagd. Gaf het de meeste afstand tot de wandelaars en hun honden? Of was het het beste uitzicht? Ik denk een combinatie van de laatste twee. Meermalen werd een aanval op de uiterste palen ondernomen, waarbij het leek alsof rechter stern een uitstraling had van onaantastbaarheid. Nummer twee moest het ontgelden en werd verjaagd door een indringer die op zijn beurt zich maar ternauwernood kon handhaven door zijn medeaanvaller af te slaan. Groepsgedrag met een pikorde, niets menselijks is de stern vreemd!