Kolonie van de kleine mantelmeeuw: de eerste kuikens

Half mei waren de meeuwen volop bezig met paren, nestelen en broeden. Een enkeling was voor op dat schema en zat al volop in de luiers”. Voordeel van een spreiding in het broedschema binnen een kolonie is dat overlevingskans van de groep toeneemt. De impact van een storm kan voor een kuikens veel groter zijn dan voor een ei. Een overstroming daarentegen kan door een groot jong worden overleefd, terwijl een klein dier of een ei kansloos is.


Kolonie van de kleine mantelmeeuw: de locatie

We kondigden het al aan dat we de komende weken de kolonie van de kleine mantelmeeuw wilden gaan volgen in de periode van nestelen, broeden en opvoeden. Zo’n 25.000 paar, 25% van de Nederlandse populatie bivakkeert deze maanden op de Maasvlakte tussen de tanks en de loodsen. Een in onze ogen desolate omgeving blijkt voor deze meeuwen een ideaal oord voor de voortplanting. Oorspronkelijk duinbroeders, hebben ze de afgezette stukken gras tussen de tanks als goede, rustige broedplaats weten te waarderen. Zo goed zelfs, dat deze kolonie de grootste van Nederland is geworden.

De ligging is natuurlijk fantastisch, zo dicht bij het water. De kleine mantelmeeuw richt zich voor hun voedsel minder op de steden, maar trekt traditioneel nog veel naar zee om te foerageren. Een kleine trip vanaf hier. Aan het water, veel groen, ruimte, rust en wat authentieke bouwwerken, zo kan men in de vakantiefolder deze plek verkopen. Wij zouden ons bij aankomst met tent of caravan bekocht voelen. Voor de kleine mantelmeeuw is het echter een top locatie!


Een kreeft met een bloot onderlijf.

Dit dier heet “heremietkreeft”, komt algemeen voor in de getijden zone van de Noordzee en heeft zich gedeeltelijk verborgen in een slakkenhuis. Opvallend is de dat een schaar veel groter is dan de andere.

Omdat het kreeftje ooit heeft besloten om zonder broek door het leven te gaan, heeft dit dier een aanpassing moeten verzinnen toen bleek dat je dan wel heel kwetsbaar bent. Al vrij snel na de geboorte gaan deze diertjes dus op zoek naar een passend slakkenhuis om zich daar met de achterpootjes in vast te zetten.

Naarmate het dier groter wordt, moet zijn of haar broek worden aangepast en verhuist de kreeft gewoon naar een groter slakkenhuis.

Op dit exemplaar zie je dat een poliepenkolonie zich als buurman op het slakkenhuis heeft gevestigd. Een vaak voorkomende geval van goed nabuurschap.

Het bovenlijf van onze vriend is wel gepanserd en kan tegen een stootje.

Bijzonder is dat de heremietkreeft, ondanks zijn povere kleding, beschikt over diverse technieken om aan voedsel te komen.

Vegen.., zeven, kraken en zelfs vissen met behulp van een slijmerig “net” uit de bek.

Een typisch geval van een zuinig chassis, maar een luxe en uitgebreide uitrusting.


Natte voeten..

“Die haal ik wel uit het water, ik loop toch al op mijn blote voeten!”

Ze pakte een paar beschermende handschoenen en trok het forse kadaver op de kant.

“Zwaarder dan ik dacht, maar het is gelukt”.

Met de nodige voorzorgsmaatregelen hebben we de zeehond uitvoerig bekeken en bleek het te gaan om een vrouw volwassen zeehond.

Gezien de staat van ontbinding en het warme weer, geen reukloze actie.

Dergelijke kadavers moeten zo snel mogelijk worden verwijderd van het openbare strand en het dier is dan ook snel ingepakt in een lijkzak en afgevoerd.

Het risico van een zoönose bestaat altijd.

Een zomers tenue in combinatie met een berging geeft wel een contrasterend plaatje.


Tussenstop

Een zonovergoten dag begin mei. Een zwerm vogels vloog paralel aan de kust van de Maasvlakte, met een plotselinge zwenk zette het koers naar het strand. Veel, heel veel vogels, zeker 500 beestjes. Binnen luttele seconden waren ze allemaal geland, iets boven de waterlijn. Voor een argeloze voorbijganger nauwelijks opvallend door de gedekte kleur van het verenkleed die hen deed wegvallen tegen het natte, donkere zand, de schelpen en het zeeschuim . Dicht op elkaar gepropt, uitrusten, opwarmen en daarna eten. Mijn kamera had er moeite mee, scherpstellen van grote afstand op zo’n grote beweeglijke massa.

Drieteenstrandlopers waren het, heel veel drietenen. Erg leuke vogeltjes die een strandwandeling altijd tot een genot maken. Op weg van de westkust van Europa en Afrika naar Groenland en Noordoost-Canada om te broeden . Tussenstop in Nederland om op te vetten. Eind mei in vrijwel 1 ruk door naar de eindbestemming. Waarom zo’n lange reis en niet gewoon hier gebleven? Wordt wel verklaard uit het langere daglicht in het arctisch gebied dat meer tijd biedt om voedsel te zoeken en dus meer kans geeft op een succesvol nest.


Flowerpower aan zee

Langs onze kust bloeit op dit moment de Zeekool. De naam zegt het al, deze wilde én beschermde plant is lid van de ‘kolen familie’. Nu in uitbundige bloei met heerlijk geurende bloemen brengt deze strandplant de kust een flinke dosis Flowerpower!

De dikke zaden van zeekool kunnen een maand lang rond drijven op zee, en dan ergens aanspoelen en ontkiemen. Dit gebeurt op veel plaatsen langs de kusten van Europa, van Scandinavië en de Oostzee tot Turkije, Jordanië en de Zwarte Zee.

Je herkent deze plant aan z’n blauwgroene bladeren, die lijken op koolbladeren, maar met lange stelen. In bloei vallen meteen de enorme witte bloemtrossen op. Uit de witte bloemknoppen verschijnen witte bloemen van 1-1½ cm. De kelkbladen staan schuin af en zijn wit gerand.

Deze stoere wilde plant groeit het liefst op kiezelstranden en rotskusten waar de zaden in het vloedmerk ontkiemen. De plant is zeldzaam in de natuur en staat op de rode lijst. In onze omgeving heb je kans deze de planten zien op de Maasvlakte en iets verder op de Landtong en de Brouwersdam.

De stengels van Zeekool zijn eetbaar, vroeger verzamelden de Romeinen de groenten vanuit het wild en maakten het in om op scheepsreizen mee te nemen. De zeelieden aten het tegen scheurbuik. Later is men deze groente ook gaan telen vooral op brakke grond, waar andere groenten slecht groeien. Voor consumptie wordt de Zeekool op kleine geteeld op bijvoorbeeld Texel. Het is een zeer exclusieve groente, steeds meer topkoks promoten deze ‘vergeten groente’, die is rijk is aan vitamine C, minerale zouten, zwavel en jodium. 

Eén en al power, deze stoere strandplant!


Hoe zwart is een aalscholver?

Vraag een willekeurige landgenoot naar de kleur van een aalscholver is en hij zal zeggen: hoofdzakelijk zwart. Iemand die wat meer openstaat voor de natuur zal er nog een toefje geel bij doen en iets mompelen over wit en bruin bij juvenielen. Weinigen zullen echter het rijke bronsgekleurde schubpatroon van de rug en de vleugels noemen dat onder invloed van het licht kan veranderen van bruin naar groen. Wanneer dan overgoten door de stralende zon dit exemplaar ineens het camerabeeld binnenkomt is afdrukken de enige juiste reactie. Iedereen die deze foto ziet en dit stukje leest weet vanaf nu dat een aalscholver heel mooi en maar beperkt zwart is. Nu maar hopen dat veel mensen dit lezen, anders wordt mijn zendingswerk wel een langdurig project.


Late reiziger

De rosse grutto, een verwant van onze weidevogel de grutto. In mei hier nog waar te nemen aan onze kust, krachten opdoend voor de laatste etappe naar de broedgebieden. Er zijn twee populaties, de ene broedt in Noord-Scandinavie en overwintert in West-Europa. In Nederland met name in de Waddenzee en rond de Oosterschelde. De andere populatie doet het wat steviger, na een zonovergoten overwintering in Mauretanie en een tussenstop in de Waddenzee om op te vetten, wordt medio mei koers gezet naar het broedgebied in Siberië. Eind juli-begin augustus kunnen we ze alweer terugverwachten. Twee populaties, twee overlevingstaktieken. De ene kiest voor een energieverslindende reis en een warm overwinteringsgebied, de andere verkiest een makkelijker reis maar zal in de winter meer “stookkosten” hebben in het koude Nederland. Beide taktieken schijnen werkbaar te zijn.

Eind april, begin mei zijn beide populaties hier te vinden. Deze drie trof ik op het strand van de Maasvlakte, druk foeragerend. Tweemaal man , een vrouw. Te onderscheiden van “onze” grutto door de donkerder, licht opwippende snavel en iets kortere poten. Maar dat laatste is zonder vergelijking moeilijk vast te stellen. De witte rugwig en het ontbreken van de witte vleugelstreep, zichtbaar in de vlucht, zorgden voor de definitieve bevestiging.


Weerzien met de steenloper

Vorig jaar december kwam ik onderstaande steenloper tegen op de Brouwersdam. Het beestje was in winterkleed, keurig op schema en passend bij de fase van het jaar. Vanmorgen op exact dezelfde locatie wederom een ontmoeting met een steenlopertje, maar nu in prachtkleed. Veel meer kleur en dat afgezet tegen de intense kleuren van het wier en het blauwe water, onder de felle voorjaarszon. Groot verschil, de verklaring van het woord prachtkleed kan verder achterwege blijven. Kijk en vergelijk!

winterkleed, opname 18 december 2019

Zandspoor van een nachtbraker

Nieuwsgierig volgden we het lange, smalle spoor in het zand richting het helmgras. Daar zagen we de strandganger… met heel veel moeite kroop er een rups door het zand. 1 Stap vooruit en weer 3 naar achteren, want ook met zoveel pootjes valt dat toch echt niet mee in het mulle zand.

Ze zijn er nu in april-mei in grote aantallen te zien, de rupsen van de Bastaardsatijnvlinder; een nachtvlinder! Dit is dus één van de maar liefst 920 verschillende nachtvlinders in ons land. Dat zijn er trouwens veel meer dan de 53 soorten dagvlinders die hier in Nederland rondfladderen.
Deze Bastaardsatijnvlinder leeft vooral langs de kust in bijvoorbeeld de Duindoornstruiken, maar je kunt ze zo ook af en toe in je eigen tuin, parken en lanen vinden.

Vorige zomer heeft de vlinder de eieren gelegd en bedekt met haren van haar achterlijf. De jonge rupsen komen in september uit het ei en overwinteren ze in groepen bij elkaar in een taai gemeenschappelijk spinsel aan een tak, meestal vinden we deze ‘winternesten’ aan het uiteinde van de takken zodat ze veel zon vangen.

De rupsen zijn zo’n 32 mm en zien er prachtig en aaibaar uit met hun lange haren! Toch moet je erg uitkijken, want -net als de eikenprocessierups- geeft ook deze rups brandharen, die irritaties aan de huid, ogen en luchtwegen kunnen geven.

Eind juni ontpoppen de rupsen zich tot een een prachtige witte bastaardsatijnvlinder, die langs de hele Nederlandse kust rondfladdert.

‘s nachts natuurlijk, want het is tenslotte een nachtbraker!