All posts by Ad 't Hart

Eindelijk plaats voor de Huismus

Een Huismus breng je niet in verband met het strand. De mus is een cultuurvolger, te vinden in de bebouwde omgeving met zijn favoriete broedplek onder oude dakpannen. Het vogeltje is erg sociaal en plaats trouw. Een actieradius van een paar honderd meter is al veel, voor hem geen lange struintochten naar verlate stranden.

De Huismus heeft onze site dan ook nooit gehaald, tot vandaag. Op weg naar het strand over het kronkelende duinpad passeerde ik een bouwvallig duinboerderijtje. Op het erfhek keek dit vrouwtje nieuwsgierig naar de passerende vreemdeling. Niet verder denken, tafereeltje vastleggen en plaatsen. Eindelijk een mus nabij het strand.


Reeën zijn knabbelaars

Op het open terrein van het groene strand van Voorne voelen reeën zich goed thuis. In het voor mensen moeilijk toegankelijke (en verboden) terrein wanen ze zich veilig. Doorsneden door kreekjes is het vrijwel onbegaanbaar. Vanaf het pad langs het gebied zijn de reeen overdag goed te zien. Ook op het niet begroeide deel van het strand zijn talloze sporen te vinden en lopen ze rond. In de wintermaanden in groepsverband en zomers solitair.

Dit exemplaar maakte een uitstapje naar het struweel van de Brielse Gatdam en deed zich te goed aan de jonge blaadjes. Reeen zijn knabbelaars, hapje hier, hapje daar. Kleine voedingsrijke porties, uurtje knabbelen en dan weer herkauwen.


Hoe opvallend wil je het hebben…. de Blauwborst

Zangvogels zingen. Om indruk te maken op partner en concurrent. Dat wij er van genieten is mooi meegenomen.

Om indruk te maken hebben ze meer instrumenten, zoals zichtbaarheid bijvoorbeeld. Door hoger te zitten op rietpluim of tak of zelfs dominant in de top. Voorbeelden zijn merel en rietzanger. Terwijl andere zich zo onzichtbaar mogelijk houden maar dan extra luid zingen.

Zangvogels staan bekend om hun ingetogen kleed, maar er zijn er ook die juist hierin opvallen. Deze soorten halen alles uit de kast: zang, zichtbaarheid en opvallende verschijning.

De Blauwborst is hier een fraai voorbeeld van. Deze zanger laat dat ook zien in de rietkraag van het groene strand van Voorne. Droomvogeltje om te waar te nemen: mooie zang, fraaie vogel en zittend in de top van het riet. Met de kop in de volle zon. Ideaal om zo vast te leggen.

Maar laat dat nu net niet gelukt zijn. Een zangvogel in actie wil je vastleggen met open bek en dat mist hier. U moet het maar met dit prentje doen.

Overigens is dit stukje volledig vanuit menselijk perspectief opgetekend. Vogels zien kleuren anders en zien andere kleuren. Een Zwarte kraai is voor vogels niet zwart, wie weet hoe ze een blauwe borst ervaren.


Zwarte stern in de (v)lucht

Aan de kust zijn we verwend met sterns. Het gaat slechts om een paar soorten maar de aantallen mogen er zijn. Sierlijke vogels, meesterlijke vliegers, een waar genot voor het oog. Op en rond de stranden van de Delta broeden Kleine stern, Visdief en Grote stern.

In de wintermaanden moeten we het zonder doen, een enkele overwinterende Reuze stern daargelaten. Reden om juist nu te genieten. Er is een soort die aan de kust ontbreekt maar wel met een aantal kolonies in ons land te vinden is: de Zwarte stern. Een moerasstern in tegenstelling tot de eerder genoemde zeesterns.

We wilden de Zwarte stern toch een keer laten zien. Enthousiast geworden door de vogelgids die hun vlucht als trager dan die van de zeesterns omschrijft, togen we naar de Zouweboezem bij Ameide om hem vast te leggen. Een trage vlieger is tenslotte makkelijk te fotograferen. Het bleek allemaal weerbarstiger.

Sterns staan bekend om hun luchtacrobatiek en enorme wendbaarheid. Het “trage” bleek een niet waarneembare variatie te zijn. Hier schoten we dus niets mee op. Als je het menu van deze vogel kent, vliegende en op het wateroppervlakte levende insecten, dan begrijp je dat trager niet sloom of langzaam kan betekenen.

Slechts een paar opnamen aan de trip overgehouden. Mooie stern die met zijn zwart getinte delen fraai afsteekt tegen het frisse voorjaarsgroen.


De fraaie Rietgors met zijn grauwe kleuren

Of hoe je met grauwe kleuren toch een hele mooie vogel maakt. Als je rietlandschap zegt, zeg je automatisch Rietzanger en Rietgors. De namen zijn niet voor niets zo gekozen. De eerste een mooi scherp getekend vogeltje, vaak luid zingend hoog in een rietstengel. De tweede minder talrijk, wat ronder en minder aanwezig met zijn zang. Het kleurenpatroon opgebouwd uit zwart, wit en bruin. De staalkaart van sober en somber. Maar in het veld levert het een verrassend chique combinatie op.

Je herkent de vogel van verre, op een struik of stengel iets uitstekend boven de verdere begroeiing. Zijn oog alleen zichtbaar als het licht er opvalt met zijn kleurloze kleuren die schitteren in de volle zon. 25 centimeter lager en je mist hem.


Meerkoet aan het bouwen

In een duinmeertje was deze Meerkoet nog druk bezig met de bouw van zijn nest. Een verlate actie, de meeste van zijn soortgenoten zitten al dagen te broeden of zwemmen rond met het kroost. Anderzijds: het warme weer komt eraan en dat broedt toch een stuk makkelijker. Bij hoge temperatuur en felle instraling van de zon zorgt een broedende moeder ook voor bescherming tegen oververhitting, ideale broedtemperatuur schijnt 37 graden te zijn. Langdurig hoger is niet goed evenals langdurig onder de 25 graden.


De mislukte jacht op het Baardmannetje

Of beter gezegd: de Baardman, de officiële benaming die nog maar beperkt opgang doet. Op het spoor gezet door een aantal fantastische foto’s in een natuurtijdschrift ontstond het idee deze vogel toe te voegen aan mijn trofeeënlijst. De Baardman ontbrak nog, fraai vogeltje met een tekening die de naam verklaart.

Nu is een goede voorbereiding van een foto expeditie het halve werk en dus braaf de nodige stappen doorlopen. Navraag gedaan over aanwezigheid, gebied verkend, juiste licht afgewacht, camera geprepareerd en op pad. Het vinden van de soort viel mee, al snel dook een koppeltje op die druk heen en weer vloog boven het rietlandschap met een beweeglijkheid die niet onder deed voor de wuivende pluimen bij de harde wind. Een combinatie waar de software in camera en hoofd niet tegen opgewassen was. Scherpstellen lukte wel, maar pas na het vertrek van de vogel. En mocht het een keer meezitten dan bleek bij nadere controle een rietstengel dichterbij de boel verstoord te hebben. Met een geitenbrei aan materiaal het rietlandschap verlaten. De enige opname die met wat smeergeld bij een soepele examencommissie een zes-min zou scoren laten we hier dan toch maar zien. Overal riet en daartussen een vogeltje. En dan nog slechts een Baardvrouwtje zonder baard. Mislukte jacht, verloren middag.


Koningsdag in de wei

Koningsdag, 27 april, nationale feestdag. De aandacht van menigeen gaat uit naar vrijmarkt, oranjebal, en voorjaarsvakantie. Welke “highlight” uit de vogelwereld kunnen we hier eens tegenover zetten?

Nu is het niet moeilijk om in het voorjaar een vogelonderwerp te vinden. Het verenkleed is op zijn fraaist, het gedrag actief en de zang uitbundig. Meer keuzestress dan gebrek aan keuzes.

Om dit stukje enige focus te geven richten we ons op de weidevogels. Een begrip dat niet staat voor een taxonomische indeling. Het gaat om vogels die in het broedseizoen bivakkeren in onze weilanden. De Vogelbescherming noemt zo’n 74 soorten, dat schiet niet op. Wikipedia snapt de behoefte aan afbakening beter en komt tot een groep van 7 primaire weidevogels: Kievit, Grutto, Scholekster, Tureluur, Wulp, Kemphaan en Watersnip. Dat dunt lekker uit.

We laten de Kemphaan en de Watersnip vanwege hun zeldzaamheid als broedvogel maar even lopen, vergeten de Wulp (broedt meer in droge gebieden in het oosten), dan houden we er nog drie over die onze weilanden de kleur geven waar we naar op zoek zijn. In het gras of gezeten op een paaltje om hun gebied af te bakenen, uitzicht te houden op hun jongen en roofvogels tijdig te signaleren. Ze torenen uit boven het gras of gaan er volledig in schuil. Hoog gras hebben ze wel nodig, camouflage komt niet van hun verenkleed. Daarvoor zijn ze te mooi en te opvallend. Tijd om deze meer dan fraaie Hollandse vogels eens het podium (paaltje) te geven. Schoonheid is in uw nabijheid alleen moet je het wel willen zien.

Scholekster, Tureluur en Grutto. De eerste twee worden ook tot de kustvogels gerekend door hun aanwezigheid daar in de wintermaanden, ze broeden ook op strand of schorren. De ruwere omstandigheden van het strand lijken om een steviger vogel te vragen. Laten die twee dan ook net wat forser gebouwd zijn met een sterke snavel en dito poten. Het verschil tussen de snavels van de Scholekster en de Grutto is opmerkelijk. De eerste een hakbijl, de tweede meer een pincet. De tureluur lijkt er tussen in te zitten. Bouw volledig aangepast aan de benodigde functionaliteit. Bikken of pikken. Mossel of worm.

Onze weidevogels staan al jaren in de belangstelling. Het aantal broedparen gaat achteruit. Het bekende verhaal: intensieve landbouw, maaibeleid, te weinig voedsel. Krimpend areaal. Deze vogels hebben plas-dras gebieden nodig. Een vochtige tot natte bodem om voedsel te vinden. Emelten vind je niet in een te droge bovenlaag, wormen blijven te diep als de grond te hard wordt. En een snavel heeft maar een bepaalde lengte. Om toch een indicatie te geven, jaarlijkse tellingen laten zien dat het om 30.000 broedparen Grutto, 20.000 Tureluur en 35.000 Scholekster gaat. Niet onaanzienlijk, maar dalend en spectaculair minder dan 50 jaar geleden. Goed beleid is meer dan nodig.

Deze drie weidevogels hebben 1 grote overeenkomst die ons juist deze periode tot vreugde stemt: een duidelijk oranje accent in hun verschijning. Van de zacht oranje snavel van de Grutto naar knaloranje van de Scholekster. De Tureluur gaat hier nog overheen met oranje snavel en oranje poten. De koning zal er tevreden over zijn.

Maar vergeten we dan onze Kievit? Misschien wel de meest algemene en uitbundige weidevogel met zo’n 100.000 broedparen. Alleen geen oranje in verenkleed, poot of snavel. Te republikeins voor een stukje rond de datum van 27 april. Ander keertje maar eens in het zonnetje zetten, nu alle aandacht voor de “oranjes”. Maak er een mooi feest van!


Broedseizoen

Ineengedoken tegen de sterke zuidwester houdt deze Zwarte kraai de wacht over het Natura 2000 gebied op het groene strand van Voorne. Voor wie hier vaak wandelt een bekend plaatje. Er zijn veel palen met het bordje, er zijn veel Zwarte kraaien en deze vogels zitten graag op een paaltje. En dat maakt deze opname zo vertrouwd. Het onstuimige weer van vandaag maakt dat de kraai zich schrap moet zetten om niet te worden weggeblazen.

Het broedseizoen is weer begonnen en de bordjes staan er niet voor niets. Op de achter de borden gelegen slikken en het gors barst het van de vogelactiviteit. Rusten, foerageren, schuilen en broeden. Het moge duidelijk zijn: dit gebied niet betreden. Dit wordt over het algemeen goed opgevolgd. Maar heb je een hond met een vrije opvatting over gehoorzamen: houd hem aan de lijn. Het gebied inrennen vanaf het pad geeft veel verstoring.


Scholekster met schone snavel

Een kustvogel, Scholekster, op een paaltje aan de rand van een grasland in het binnenland. De Scholekster staat nog steeds te boek als een kustvogel maar buiten de wintermaanden is deze soort in ons hele land te vinden. Broedend in weilanden en zelfs op daken. Op Voorne zijn we in de wintermaanden met deze soort goed bedeeld, de binnenlandse exemplaren voegen zich bij hun kustgenoten om te overwinteren.

De oranje-rode snavel van ons gefotografeerde exemplaar is mooi schoon. Het zoeken naar larven in een nat weiland is blijkbaar minder belastend voor de snavel dan het ruwe werk aan de kust. Voedsel zoeken in het natte zand en het open bikken van oesters en mosselen eisen hun tol. Er is dan ook een meetbaar verschil in lengte van de snavels tussen kust- en weilandbewoners. En een optisch: ruw, sterker gegroefd en meer verweerd. De voortdurend groeiende snavel past zich echter snel aan.

Voor de purist onder onze lezers hoort dit exemplaar in een weiland misschien niet thuis op onze site. Maar bekijk het dan maar met de ogen van “Ik vertrek” : het is goed om onze “expats” te volgen in hun nieuwe habitat.