All posts by Ad 't Hart

Wolfsmelkpijlstaartrups

Er zijn van die waarnemingen in de natuur die niet gaan vervelen. Iedere keer dat je buiten struint hoop je erop. Menigeen zal dit herkennen. Een mooie roofvogel, zeehond of ree: tref je ze op je pad dan sta je stil om ze te volgen. Het hoeft niet altijd groot, zoog- of roofdier te zijn, ook onder het kleine is heel veel dat blijft boeien.

Tot dergelijke waarnemingen behoort zeker het spotten van de Wolfsmelkpijlstaartrups. Zeldzaam en wonderschoon, vorig jaar zomer besteedden we er al aandacht aan. Het is er nu weer de tijd voor. We kunnen het danook niet laten onze lezers erop te attenderen. In de duinen van de Kwade Hoek kan je ze zeker aantreffen. Zaterdagmorgen was het raak met deze twee jonge exemplaren. De onderste foto van vorig jaar laat een groot exemplaar zien met een volwassen kleurschakering. Eenmaal volgroeid graven de rupsen zich in en verpoppen onder het zand om volgend jaar als vlinder te voorschijn te komen. Die dan weer zijn eitjes legt op de waardplant Zeewolfsmelk. Maar de naam deed dit al vermoeden.


Duinstekel

Of anders gezegd Blauwe zeedistel. Een plaatselijk algemene plant aan onze kust die toch nog niet zo makkelijk te vinden is. In Zeeland zelfs zeldzaam vanwaar we met de Zeeuwse benaming ” Duinstekel” openen. Maar hier op Voorne en Goeree kan je hem aantreffen. Vaak direct achter het eerste primaire duin, beschut tegen overstroming door het zeewater, op het kale zand en in de volle zilte wind. Met de kleuren van de kust: uitgebeten-grijsgroene blad met daarop een zacht-lavendelblauwe bloem. Juli / augustus is de bloeitijd. Kom je hem tegen, kijk goed en je dag kan niet meer stuk.


Kleine bruine vogeltjes

De bakermat van onze stichting ligt in de fraaiste baai van onze Delta. In het noorden begrensd door de ruige Maasvlakte met zijn verrassende natuur, in het zuiden de kust van Goeree met de mooie en dynamische Kwade Hoek. Centraal het rijke duingebied van Voorne. In het westen de platen en banken en natuurlijk strand, heel veel strand. Maar ook verrassende gorzen en slikken. Het onderscheid: slikken lopen tweemaal daags onder, gorzen slechts bij springtij (in Zeeland spreken we van schorren, in het Waddengebied van kwelders). Flora en fauna zijn hier dan ook anders dan wat je verwacht wanneer je je badlakentje inpakt en naar de kust vertrekt. Voordat we de nazomer ingaan en alweer de eerste broedvogels naar zuidelijker oorden vertrekken willen we de schijnwerper richten op drie algemene zangvogeltjes die je op de gorzen kunt aantreffen en die toch niet bij iedereen zo bekend zijn. Vandaag de Rietzanger.

Aanwezig in ons land van april tot september waarna de tocht naar het westen van Afrika ter hoogte van de Sahel wordt aangevangen. Komt in ons landje vrijwel overal voor, maar vooral in (meestal) natte rietlandschappen Het aantal broedparen in 2015 in Nederland was ca 30.000. 

Hoewel de vogel gerekend kan worden tot de familie van de “ kleine bruine vogeltjes” is herkennen toch niet zo moeilijk. Dit komt door zijn duidelijke, beige/witte , wenkbrauwstreep en zijn gedrag. Zit vaak te zingen hoog in een rietstengel en is niet schuw. Met zijn opvallende gezang dat doet denken aan dat van de  Kleine karekiet maar dan gevarieerder en zijn duidelijke aanwezigheid boven in het rietlandschap is herkenning niet moeilijk. Zowel mannetje als vrouwtje zorgen voor de jongen, waarbij het mannetje er wel gelijktijdig meerdere territoria en nestjes op na kan houden, een druk baasje dus. Veel te horen in mei en juni, maar nu houdt hij zich koest. Herstellen van de zware periode van veelwijverij en meerdere gezinnen (waar begin je aan). Nu krachten opdoen voor de grote reis.


Otterschelp

Gisterenmorgen vroeg op het strand van de Maasvlakte, mooi aangelicht door de opkomende zon, een otterschelp. Een dunne en daardoor kwetsbare schelp van ruim 10 centimeter die je meestal beschadigd aantreft. Misschien doordat ze licht zijn staan ze nogal eens rechtop in het zand. Bij vlagen kan je ze veel aantreffen op het strand, hangt samen met de windrichting en onderstroming die bodemlagen bloot legt. Deze schelp komt pas sinds het begin van deze eeuw meer voor aan onze kust. Graaft zicht op de zeebodem diep in en vangt zijn voedsel (plankton) middels een slurf die uit de kleppen steekt en boven de bodem reikt. Het grote neefje van de Otterschelp, de Geoduck is een variant die tot 7 kilo zwaar kan worden en zich 1 meter diep in kan graven.  Komt voor in Amerika en China waar veel geld betaald wordt voor de slurf. In de volksmond wordt de Otterschelp ook wel piemelschelp genoemd. Het schijnt een lekkernij te zijn.


De vleugel

Van vitale onderdelen heeft de mens er meestal twee. Oren, ogen, handen, armen, benen. Het komt nogal eens voor dat er eentje het begeeft, door slijtage of een ongeval. Met enige aanpassing kan er daarna nog redelijk gefunctioneerd worden. Maar kan een vogel een vleugel missen? Behalve bij loopvogels is dit ondenkbaar. Het vermogen tot wendbaar vliegen is een absolute voorwaarde om te kunnen jagen en zo voldoende voedsel te krijgen. De combinatie van een goed functionerende linker- en rechtervleugel is essentieel. Een defect aan de een kan niet worden gecompenseerd. Twee precisie instrumenten waaraan de vleugels van een modern vliegtuig niet kunnen tippen. Een niet functionerende vleugel leidt tot een versnelde dood, door honger of door verwording tot makkelijke prooi.

Complex instrument met veel onderdelen: kleine dekveren, middelste dekveren, grote dekveren, duimvleugel, buitenste handpen, handdekveren, handpennen, armpennen en elleboogpennen. Voor de geïnteresseerden: ieder goed vogelboek besteedt hier in zijn inleiding uitgebreid aandacht aan. Maar bij de aanblik van onderstaande Grote stern is het al direct duidelijk dat het om meer gaat dan een paar veren.


Dit is nu koloniebroeden

Sterns zijn koloniebroeders . In Nederland broeden ca 15.000 paren verspreid over zo’n 10 locaties. In de Delta, waar zich een derde van de aantallen bevinden, gaat het om het Haringvliet, Grevelingen en de Ooster- en Westerschelde. Het grootste deel verblijft op de Waddendeilanden ( info Sovon). Bovenstaande opname is gemaakt aan de oostkant van Texel, natuurgebied Wagejot, waar een paar duizend paren hun nest hebben.

Deze kolonie ligt vlak langs de weg. De vogels wanen zich veilig op het eilandje waar de kolonie zich bevindt. Ze laten zich makkelijk benaderen en fotograferen. Dicht op elkaar, alsof het een populair strand bij 30 graden is. De opname laat een stukje zien van 10 vierkante meter met 50 nesten. Vaak gemengd met een kolonie kok- of zwartkopmeeuwen als extra bescherming tegen roofdieren zoals vossen of roofvogels.

Zaten begin juni de jongen nog op het nest in hun donsvacht, begin juli waren ze al in staat om met de ouderen mee te vliegen en ver van de broedplaats naar voedsel te zoeken, nu in hun bruine juveniele kleed. In september moeten ze klaar zijn voor hun toch naar de westkust van Afrika om daar te overwinteren.


De strijd om de beste plek.

Ja, die mooiste paal. De rechter paal stond het verst in zee en was de “place to be”. Althans zo leek het in het uurtje dat ik de sterns zat te volgen. Was het omdat deze het dichtst bij potentieel voedsel zat? Er werd echter niet in de directe omgeving van de paal gejaagd. Gaf het de meeste afstand tot de wandelaars en hun honden? Of was het het beste uitzicht? Ik denk een combinatie van de laatste twee. Meermalen werd een aanval op de uiterste palen ondernomen, waarbij het leek alsof rechter stern een uitstraling had van onaantastbaarheid. Nummer twee moest het ontgelden en werd verjaagd door een indringer die op zijn beurt zich maar ternauwernood kon handhaven door zijn medeaanvaller af te slaan. Groepsgedrag met een pikorde, niets menselijks is de stern vreemd!


Gezellig op een rijtje

Grote sterns zijn koloniedieren. Ze broeden in kolonies en zijn vaak daarna ook in groepen waar te nemen. Met het daarbij behorende sociale gedrag. Op een vroege strandwandeling eind juni kwam ik dit groepje tegen. Uitrustend van het voedselzoeken, in hun geval visjes uit de zee opduiken. Altijd een boeiend gezicht, jagende sterns. Sterns zijn hierin zeer bedreven, hoewel niet elke duik raak is. Een energieverslindend proces dat afgewisseld moet worden met rust en daar lenen deze palen zich dan uitstekend voor. Vier op een rij maar (en dat is de handicap van de te sterke telelens die op mijn kamera zat) het ging om 37 bezette palen van een rij van ca 50. Deze waren op volgorde ingenomen, waarbij de paal het verst in het water de hoogste status had. De laatste op het strand waren nog vrij. Let op de zwarte snavel met gele punt, het onderscheid met de andere hier broedende sternen zoals visdief, dwergstern en noordse stern. Verder het kenmerkende zwarte hoofd met de kuif die al vanaf juni weer de witte vlekken begint te vertonen van het winterkleed zoals bij de tweede en de derde vogel. De eerste en de laatste hebben hier nog geen last van. Deze groep Grote sterns heeft vermoedelijk het broedgebied op de Grevelingen of het Haringvliet verlaten en schooiert nu met de jongen rond op de Maasvlakte, dicht bij het voedsel. Zie het maar als de buurtbewoners die elkaar weer ontmoeten op de camping aan de kust of bij de boer. Sociaal volkje dus.



Ze kunnen niet langer wachten….

Direct achter het strand en de blonde duinen beginnen begroeiing en plantenweelde de overhand te krijgen. Een plant die nu op talloze plaatsen in onze duinen voorkomt is Wilde peen. En als je Wilde peen ziet is de kans groot dat je ook het Rood soldaatje in grote getale waarneemt. Ze snoepen van de nectar van met name schermbloemigen waartoe de Wilde peen behoort. Toen ik de Dagpauwvlinder uit mijn vorige berichtje zat te fotograferen viel mijn blik op deze rode soldaatjes, ook wel rode weekschildkevers genoemd. Naast nectar slurpen staat deze kever erom bekend dat hij zeer frequent paart, op de bloem gezeten. Het stelletje dat hier gefotografeerd is kon echter niet wachten tot de klim naar de top volledig was voltooid. Met een doodsverachting waar zelfs de meest roekeloze bergbeklimmer voor terug zou deinzen gaven ze zich over aan het liefdesspel. Mocht dit U op ideeën brengen: de stichting Strand in Zicht wijst iedere aansprakelijkheid af.


Vind een Vlinder

Strand en vlinders, een minder waarschijnlijke combinatie. Toch kun je ze er zien, zelfs boven het water. Meegevoerd door de wind op hun trektocht, soms wel van Afrika of Zuid-Europa naar Noord-Europa, zoals de distelvlinder die we deze maanden op de zeedistel kunnen aantreffen. Maar ook meer honkvaste zoals deze dagpauwoog kunnen we bij onze stranden aantreffen. Onze meest algemene vlinder en een van de mooiste is zeker te zien in de bloemrijke gebieden die direct aan het strand grenzen zoals het struweel van de Voornse Slikken of het laarzenpad dat naar de Kwade Hoek leidt. De dagpauwoog valt op door zijn zeer fraaie kleurschakering. Op een bijna impressionistische manier is de tekening op de vleugels aangebracht. Waar in de natuur kleuren meestal duidelijk gescheiden lijken te zijn vloeien ze hier in elkaar over. Fraai! We plaatsen graag een foto ervan op onze site, ook om U te attenderen op de tuinvindertelling die de Vlinderstichting organiseert van 4-26 juli. Zeker de moeite waard om hun site eens te bezoeken en hiervan kennis te nemen. Spelenderwijs leert u de mooiste vlinders kennen die in deze maanden rondvliegen! En waarom is deze vlinder zo algemeen en wijdverbreid? De waardplant van de rups is de brandnetel, die wereldwijd zeer ruim en algemeen aanwezig is. Goed gekozen!