Het piept en zit vaak in het gras

De Graspiepers hebben de migratie met succes afgerond en zijn weer aangekomen op het Groene Strand.

Ze hebben geen tijd te verliezen.

In de vroege ochtend wordt er al druk gebaltst.

Het mannetje vliegt steil omhoog 25-30 meter boven de grond.

De afdaling kan beginnen.

Met een serie snel herhalende tonen, vouwt hij zijn vleugels naar voren in de vorm van een parachuutje en dwarrelt naar beneden.

Tussen het baltsen door wordt er flink gefoerageerd langs de paden.

Soms worden ze nauwelijks opgemerkt, ze zijn lastig waar te nemen door hun schutkleur en de grootte.

Maar hun geluid is onmiskenbaar: Piep…, piep…, piep…!

Foto’s en tekst van Joyce Oudwater


Slimme graspiepers

Op de fietstocht door de weilanden van Terschelling waren de paaltjes druk bezet. Naast weidevogels waren graspiepers sterk vertegenwoordigd en opvallend, veldleeuweriken ondervertegenwoordigd. Mijn referentiekader is gevormd door de natuurgebieden van Voorne en Goeree waar de laatste soort nog veelvuldig te horen en te zien is. De boswachter op de Boschplaat bevestigde dit beeld, graspiepers in overvloed en veldleeuweriken schaars.

Nu naar de graspieper op het prentje. Geen opvallend vogeltje, maar in zijn eenvoud mooi. Op diverse paaltjes zaten ze, vrijwel alle met een aantal insecten in hun snavel. Je zou haast zeggen: “veeg je bek eens af”. Mogelijk bleef de buit plakken. Bij nader bestudering bleek dat wanneer het gevaar geweken was, de piepers het hoge gras indoken naar het nest om de jongen de buit te voeren. Het paaltje was een tussenstop en een laatste veiligheidscheck op weg naar het kwetsbare kroost. Het leverde wel veel “pieper met insecten”prentjes op, al fietsend zo geschoten.


Slikken van Voorne

Een graspieper zit op de uitkijk op de grens van het wandelpad en het beschermde deel van de Slikken van Voorne. In deze oksel tussen de Maasvlakte en het strand van Voorne, tegen de Brielse Gatdam aan, is een rijk natuurgebied ontstaan. Door de beschutting van de Maasvlakte blijft het slib hier hangen en ontstaat steeds meer ruimte voor de vorming van slikken. Nog steeds komt het water tot dichtbij de duintjes van de Brielse Gatdam, bij stormvloed er zelfs tegen aan.

Mooi gebied met een enorme diversiteit aan vogels. In de bosschages van het duin de zangvogels, in de verte de strandvogels en daartussen in alles wat van ruigten houdt. Gisteren haalden we de nachtegaal aan die hier zich hier zo thuisvoelt in het struweel, vandaag de graspieper die 20 meter verder op zijn tent op slaat in de ruigte tussen duin en slik.

Kleine, onopvallende vogel, formaat koolmees. Wordt nog wel eens verwisseld met de iets forsere veldleeuwerik die van de zelfde omgeving houdt. Laat zich goed zien, talrijk zeker in deze periode waarbij broedvogels en doortrekkers aanwezig zijn.